Achtergrondinformatie Rugklachten

Voor rugpijn en klachten uitgaande van de rug bestaat vele benamingen zoals lumbago (lage rugpijn) spit, of ischias (pijn in het bereik van de ischias-zenuw). Sommige benamingen verwijzen naar een vastgestelde of veronderstelde oorzaak: SI-klachten, instabiliteit, blokkade,  artrose, degeneratie of slijtage, discusprotrusie, discusprolaps of hernia (aandoeningen van de tussenwervelschijf) Als men de oorzaak niet weet bestaat er een verzamelterm ,  a-specifieke lage rugpijn.

rugklachten

Rugklachten kunnen worden ingedeeld naar tijdsduur sinds het ontstaan: acute rugpijn (0-6 weken), subacute rugpijn (6-12 weken) en chronische rugpijn (langer dan 12 weken). Over het algemeen hebben acute rugklachten nog een betere genezingstendens als chronische, maar ook chronische rugklachten kunnen met een goede aanpak nog verdwijnen.

Voorkomen

Rugklachten komen zeer vaak voor. Ondanks dat er in vergelijking met vroeger duidelijk minder zwaar lichamelijk werk wordt uitgevoerd, lijken de problemen veroorzaakt door rugklachten alleen maar toe te nemen. Men schat dat meer dan 80 procent van alle mensen minstens een keer in hun leven ernstige rugklachten krijgen. Rugpijn is na verkoudheid de meest voorkomende reden om de huisarts te bezoeken. De kosten van verschafte medische hulp, minder inkomen bij de patiënt en betaalde uitkeringen zijn enorm. Vroeger kwamen rugklachten vooral voor bij mensen vanaf 30 tot 35 jaar. De leeftijd waarop ernstige rugklachten voor het eerst optreden, lijkt af te nemen.

Oorzaken

Sommige rugklachten hebben een duidelijke oorzaak zoals een hernia, een ongeval met een kneuzing of fractuur, bekkeninstabiliteit bij vrouwen rondom de zwangerschap, een  reumatische ontstekingsziekte (zoals de ziekte van Bechterew) of een tumor. Dit noemt men specifieke rugklachten.

Bij ongeveer 85 tot 90 procent van de mensen met rugpijn is de oorzaak echter niet eenduidig vast te stellen.  De afwijkingen op röntgenfoto’s of MRI-opnames zoals verkrommingen en verschillende vormen van artrose komen ook veelvuldig voor bij mensen zonder klachten. Ook het tegengestelde komt voor: mensen met veel rugpijn zonder zichtbare afwijking. Gevonden afwijkingen kunnen daarom niet zonder meer als veroorzaker van de pijn worden gezien. Sommigen keren dit nu om en zeggen nu dat deze afwijkingen dus niets met de pijn kunnen te doen hebben. Dit is volgens mij ook niet waar.

Deze zienswijze leidt bovendien slechts tot symptomatische therapie die vooral gericht is op de normalisatie van bewegen en de spierfunctie. Het effect van dit oefenen is vaak gering in vergelijking tot geen therapie. Omdat hierbij aan de oorzaak geen aandacht wordt besteedt liggen bovendien  een volgende episode en zelfs mogelijk een hernia op de loer.

Het is namelijk bekend dat voorafgaand aan een hernia de patiënt vaak een of meerdere episodes van ernstige rugpijn heeft gehad. Een episode van ernstige rugpijn is zelfs de beste voorspeller van een hernia!

Aangezien de pijn bij een hernia wordt veroorzaakt wordt door een uitpuilend deel van een beschadigde tussenwervelschijf die op een zenuwwortel drukt en/of irriteert ligt het voor de hand dat de voorafgaande rugpijn en de rugpijn van veel van de mensen die (nog) geen hernia hebben, ook vaak direct of indirect te maken hebben met een disfunctie van een of meerdere tussenwervelschijven.

Toch kan de wetenschap het hier niet over eens worden en noemt alle rugklachten zonder duidelijk oorzaak a-specifieke lage rugklachten.

Dit neemt echter ook niet weg dat de pijn en de zichtbare veranderingen een uiting kunnen zijn van een te eenzijdige of overbelasting van de rug en dus wel kunnen samenhangen met de gevoelde pijn.  Ook al zijn de veel zichtbare veranderingen vaak onomkeerbaar, de pijn is het niet.

Een rug met bijvoorbeeld artrose en verminderde hoogte of uitpuilingen van de tussenwervelschijven kan als de overbelasting stopt dus wel degelijk pijnvrij worden!

Van aandoeningen door overbelasting in andere delen van het lichaam is bekend, dat ze kunnen worden veroorzaakt door een beweging met grote kracht, door een langdurig ongunstige positie of door het veelvuldig herhalen van een beweging. Veel mensen met rugpijn hebben zelf al vastgesteld dat bij langdurig buigen van de rug, zoals bij werken in de tuin, hun klachten verergeren en vermijden dit dan ook. Sommige patiënten zeggen ook te weten waardoor hun rugpijn is ontstaan. Genoemd worden activiteiten die samengaan met: zwaar tillen, vaak bukken, langdurig krom staan of slecht zitten. Al deze activiteiten hebben een gemeenschappelijke factor: de wervelkolom werd te veel gebogen. Te veel in de zin van: te krachtig, te langdurig, of te vaak of een combinatie daarvan en dit met te weinig pauzes en ontbreken van een regelmatige tegenbeweging.

Ook wetenschappelijk onderzoek brengt teveel buigen eventueel  gecombineerd met draaien van de wervelkolom in verband met het krijgen van rugpijn.1,2,3,4

Bij volwassenen lijkt daarom een gebogen zithouding bij het werk in de vrije tijd en/of  in de auto een belangrijke oorzaak.

Lange schooldagen, oververmoeidheid, televisie kijken, gebruik van (spel-)computer en mobiele telefoon hebben tot gevolg dat ook steeds meer jongeren  minder bewegen en steeds langer onafgebroken zitten in een vaak gebogen houding. Dit is een goede verklaring voor mijn waarneming, dat de leeftijd waarop de mensen voor de eerste keer rugklachten krijgen daalt.

Aspecifieke lage rugklachten een gunstig natuurlijk verloop?

Het natuurlijke verloop van lage rugklachten zonder aantoonbare oorzaak wordt in behandelrichtlijnen voor artsen en fysiotherapeuten ten onrechte omschreven als goedaardig. Er wordt aangenomen dat 75-90 procent van de acute rugklachten vanzelf overgaan binnen twee weken.1,2

De behandelrichtlijn voor de fysiotherapeut houdt in, dat er bij nieuwe rugpijn naast maatregelen zoals informatie geven, gerust stellen en motivatie tot algemeen in beweging te blijven, er geen verdere therapie nodig is. Ook de huisarts dient afgezien van eventuele pijnmedicatie, te handelen naar een richtlijn met dezelfde strekking.3

Er zijn veel meer bewijzen dat het natuurlijke verloop van rugpijn grillig is, met vaak aanmerkelijke restklachten een jaar na het ontstaan daarvan. 8,9,10 75 procent van de patiënten zullen hun klachten nog vaker terugkrijgen. 11,12,13

De frequentie en de ernst van de klachten nemen vaak bij elke terugkeer toe. 14,15,16,17,18,19,20

Bij mensen met ernstige chronische rugklachten en specifieke rugklachten in de vorm van een ischialgie door een hernia, zijn hun klachten vaak begonnen als zogenaamd onschuldige acute aspecifieke lage rugpijn. Deze patiënten veroorzaken vaak, omdat ze langer uitvallen en moeilijker te behandelen zijn, het grootste deel van de in totaal enorme ziektekosten. Goede en tijdige behandeling met uitleg over het ontstaansmechanisme van de rugklachten en specifieke adviezen die gericht zijn op het voorkomen van een recidief na de genezing zou dus zeer veel geld kunnen besparen.

Door een gedegen onderzoek kan een gecertificeerde MDT-fysiotherapeut in korte tijd vaststellen of u tot de groep behoort en die met MDT uitstekende kansen op snel herstel heeft. Dit geldt ook voor patiënten, die al zonder succes andere (fysio-) therapie geprobeerd hebben en zelfs voor patiënten die een hernia- of andere rugoperatie overwegen.

Uw rugklachten

  • Heeft u rugpijn, pijn in uw bil en/of pijn in uw been, die is ontstaan na bukken, tillen, krom staan of krom zitten?
  • Blijft u soms van de pijn krom staan of kunt u uw rug slechts moeilijk recht maken?
  • Zijn uw klachten wisselend in intensiteit en uitstralingsgebied of soms zelfs even weg?
  • Worden uw klachten erger of minder door: bukken, tillen, krom staan, tijdens of na langdurig (laag) zitten, langzaam of sneller lopen?
  • Heeft u meer pijn door hoesten, niezen of persen?
  • Heeft u dezelfde klachten al eens eerder gehad?

Als u een of meerder vragen met ja kan beantwoorden, is de kans groot dat u rugklachten een mechanische oorzaak hebben. Een onderzoek volgens MDT kan dit bewijzen. Tevens kan dan worden vastgesteld of uw klachten door mechanische therapie snel gunstig te beïnvloeden en (nog) te genezen zijn.

Rugklachten en werk

Zijn uw klachten zeer ernstig zijn, kan het zijn dat u tijdelijk niet in staat bent te werken. Meer als twee dagen bedrust is in de meeste gevallen niet zinvol. Aangezien beweging voor de meeste rugklachten gunstig is, is het beter zo snel mogelijk weer te gaan bewegen en zo mogelijk te gaan werken. Echter: dezelfde houdingen en bewegingen die genoemd zijn bij het hoofdstuk “oorzaken” zijn ook ongunstig voor het genezingsproces en dienen daarom tenminste tijdelijk te worden vermeden. Dit is door mijn houdings- en bewegingsadviezen in vele gevallen mogelijk.

Ergonomische aanpassingen, zoals speciaal kantoormeubilair, kunnen hierbij behulpzaam zijn. Na overleg met uw werkgever en de bedrijfsarts kunnen werkzaamheden die gepaard gaan met ongunstige houdingen en bewegingen, door het tijdelijk doen van ander werk, worden vermeden. Mensen met rugklachten en een beroep  dat gepaard gaat met onvermijdelijke hoge rugbelasting, zoals bijvoorbeeld stratenmakers en tegelzetters (vloertegels!) hebben vaak een slechte prognose. In deze gevallen is omscholing vaak onvermijdelijk.

Rugklachten en sport

Of het raadzaam is met uw rugklachten te gaan sporten is afhankelijk van uw individuele situatie en uw sport.  Vaak wordt sport door patiënten ten onrechte in verband gebracht met rugklachten. De klachten ontstaan dan door krom zitten in de pauzes of na het sporten. Denk hierbij aan een turnster op een lage gymbank of een voetballer na de wedstrijd op een barkruk.

Aangezien de meeste rugklachten (sneller) beter worden door beweging, en van sporten een pijn dempend effect uitgaat, is sport voor de meeste rugklachten gunstig. Ik zal het (weer gaan) sporten daarom meestal aanmoedigen. Voor een gunstig effect is het van belang, dat u op lange termijn blijft sporten en daarom is het raadzaam een sport te doen (of te gaan doen) die u leuk vindt.  Ik zal u daarbij individueel adviseren en zeggen, waar u bij het beoefenen van uw sport op moet letten. Door mijn ervaringen bij patiënten heb ik gemerkt, dat ook hier de rugklachten vaak ongunstig reageren als de rug (te) veel of langdurig wordt gebogen.

Daarom zijn sporten waarbij de rug gestrekt en recht wordt gehouden, zoals wandelen, Nordic Walking, langlaufen, verstandige fitness, Step Aerobic en zwemmen vaak gunstig. Joggen en hardlopen zijn ondanks de schokken vaak weer snel mogelijk en dan ook gunstig. Ook fietsen op een gewone fiets heeft meestal geen nadelig effect.

Sporten waarbij de rug veel bewogen wordt, maar tevens veel wordt gedraaid, verlangen weer iets meer van de rug kunnen en kunnen soms problematisch zijn. Voorbeelden van zulke sporten zijn tennis, squash en golf.

Sporten waarbij de rug veel bewogen wordt, maar tevens veel wordt gedraaid, verlangen weer iets meer van de rug kunnen en kunnen soms problematisch zijn. Voorbeelden van zulke sporten zijn tennis, squash en golf.

1)Bekkering G, e.a., KNGF-richtlijn lage rugpijn, 2005.

2) van den Hoogen H, e.a., The prognosis of low back pain in general practice,1997.

3) Faas A, e.a., NHG-standaard Lage-Rugpijn, 1996.

4) Dillane J, e.a., Acute back syndrome: a study from general practice, 1966.

5) Anderson G, e.a., The intensity of work recovery in low back pain,1983.

6) Donelson R, Rapidly reversible low back pain, 2007.

7)Chavannes A, .e.a., Acute low back pain: patients’ perceptions of pain four weeks after initial diagnosis and treatment in general practice, 1986.

8) Croft P, e.a., Outcome of low back pain in general practice. 1998.

9) von Korff M, e.a., Back pain in primary care. Outcomes at 1 year.1993.

10) von Korff M, e.a., The course of back pain in primary care,1996.

11) Klenerman L, e.a., The prediction of chronicity in patients with an acute attack oflow back pain in a general practice setting, 1995.

12) Roland M,  Point of veiw: the course of back pain in primary care, 1996.

13) van den Hoogen H, e.a., The prognosis of low back pain in general practice 1997.

14) Donelson R, e.a., The low back pain experience: A natural history survey, 2001.

15) Wasiak R, e.a., Work disability and costs caused by recurrence of low back pain: longer and more costly then in first episodes, 2006.

16) Waxman R, e.a., A prospective folluw-up study of low back pain in the community, 2000.

17) Cherkin D, e.a., Predicting poor outcomes for back pain seen in primairy care using patients’ own criteria,1996.

18) Croft P, e.a., Outcome of low back pain in general practice, 1998.

19) Philips H, e.a., The evolution of chronic back pain problems: a longitudinal study, 1991.

20) van den Hoogen, The prognosis of low back pain in general practice, 1997.